Italië is de zesde economische macht ter wereld. Het bruto binnenlands product bedraagt 1.258 miljard euro (2002). Per hoofd van de bevolking is dat 21.770 euro. De groei in 2002 bedfroeg 3,1%. Met name kleine en middelgrote bedrijven zijn verantwoordelijk voor de sterke economische kracht van het land. Vaak zijn die bedrijven in handen van families en leiden familieleden ook de zaak. Het land is opgedeeld in economische clusters van bedrijven met vergelijkbare en aanvullende activiteiten in een bepaald gebied en met ondersteunende (regionale) banken. Zo zijn rondom Turijn en Bologna veel aan de auto- en motorindustrie verwante bedrijven te vinden. Vooral ook omdat grote bedrijven zoals bijvoorbeeld Fiat, Ferrari en Ducati daar in de buurt zijn gevestigd.
 |
| bewaking van cultureel erfgoed |
Rondom Biella in Piemonte is veel textielindustrie. Boven Milaan, bij Napels en bij het zuidelijke Matera en ook nog op andere locaties zijn concentraties van meubelbedrijven. Vigevano, onder Milaan is een van d regio's die bekend is om de schoenindustrie, Como om de zijde en Parma om de voedingswaar. Belangrijke industrieën in Italië zijn de auto’s, chemie, meubels, kleding, leerproducten, voedselverwerking, keramiek, componenten, machinefabrieken. Een derde van de bevolking werkt in de industrie. In sommige nichemarkten is Italië de absolute wereldmarktleider. Bijvoorbeeld brillen, machineonderdelen, designproducten voor sectoren variërend van de metaal tot mode en meubels.
De dienstensector neemt echter sterk in belang toe. 61% van de beroepsbevolking is erin werkzaam. Toerisme is daarbij een belangrijke sector maar ook de banken- en verzekeraars. Nog 7% van de bevolking werkt in de landbouw. De productie van levensmiddelen is en van de belangrijkste industrieën in Italië. Italiaanse industrie wordt gewaardeerd vanwege een goede reputatie, creativiteit en innovativiteit. De efficiency en punctualiteit wordt echter als zwakker ervaren. Bedrijven zijn vaak sterkt gecentraliseerd waardoor een gesprek met de hoogste baas vaak noodzakelijk is om tot concrete afspraken te komen.
Italië is opgedeeld in twintig administratieve regio’s. Veel Italianen voelen zich vaak meer verbonden tot hun stad of regio dan tot het Iand. President Ciampi tracht het nationaal bewustzijn en de nationale trots op te krikken maar veel Italianen worden niet warm of koud van het eigen volkslied of de nationale driekleur. Over hun eigen stad vertellen ze echter graag met grote passie. Ook politiek komt dat tot uitdrukking met de opkomst van de Lega Nord en met regionale handelsbemiddelings- en toerismebureaus. Vele regio’s hebben een eigen dialect dat soms sterk afwijkt van het officiële uit Toscane afkomstige Italiaans. Daarnaast wordt in Alto Adige (Zuid Tirol) vooral Duits gesproken en in Val d’Aosta veel Frans.
Italië heeft 57 miljoen inwoners heeft een oppervlakte van 301.000 vierkante kilometer en van noord tot zuid is de afstand ruim 1100 kilometer. De bevolking groei 0,02% per jaar. Een kwart van de bevolking is 60 jaar of ouder. Er wrken officieel 23,5 miljoen Italianen. Er waren in 2001 2,2 miljoen mensen op zoek naar werk (9,5%). IN het zuiden is de werkeloosheid veel hoger (19%) dan in het noorden (4%).
Italië voerde in 2002 voor 298 miljard euro goederen in. De export bedroeg 309 miljard euro. De meeste import/exportproducten (65%) gaan via de havens zoals Genua, Napels en Livorno. Italië heeft 148 operationele havens. Transport binnenlands gaat echter voor nog gen 10% via het water. Er zijn 13 Alpenpassen of tunnels via welke je in Italië kan komen met de auto( een aantal daarvan is in de winter dicht). Daarnaast zijn er 101 vliegvelden waarvan 43 internationaal. Er ligt bijna 18.000 kilometer spoor in het land. Italië investeert veel in nieuwe sporen waaronder hogesnelheidsverbindingen tussen grote steden. Ook komt er een brug naar Sicilië.
De VS zijn met 26% van het buitenlands kapitaal de grootste investeerders in Italië. Sinds de jaren zestig zit er nauwelijks groei meer in de Italiaanse bevolking. Het geboortecijfer loopt terug en het land vergrijst. De groei is 0,02% per jaar. De Europese Unie heeft grote twijfels bij het feit of Italië de pensioenen en gezondheidszorg nog wel kan blijven betalen. De gemiddelde levensverwachting voor Italiaanse mannen is 75 jaar, voor vrouwen is dat 81. Dat is een van de hoogste levensverwachtingen ter wereld.
Italië komt op de 5e plaats als klant van België (import van goederen en diensten vanuit België) en ook op de 5e plaats voor Nederland. Het land komt op de 7e plaats als leverancier (export van goederen en diensten vanuit Italië) voor België en op de 3e plaats voor Nederland . Het volume van de onderlinge handelsuitwisselingen is dus van wezenlijk belang voor beide partners. Als exportmarkt biedt Italië nog heel wat kansen voor de Belgische en Nederlandse bedrijven.
Nederland exporteerde in 2002 voor 14 mrd naar Italië terwijl het voor 6,2 mrd importeerde vanuit Italië.
De verwachting voor de economische groei in 2003 is minder dan 1%.
(de meeste cijfers op deze pagina zijn afkomstig van de EVD, www.evd.nl)
Top