De Italiaanse premier Silvio Berlusconi grijnsde deze week toen hem werd gevraagd om een commentaar op het aftreden van de leider van Partito Democratico, de grootste oppositiepartij van Italië.
‘Walter Veltroni vertrokken? ‘Het is in de vijftien jaar dat ik in de politiek zit de zevende tegenstander die ik naar huis heb gestuurd. Moet ik me zorgen maken over de oppositie in dit land? Welnee, dit is voor mij een gewoonte geworden.’
Silvio Berlusconi mag trots zijn. Want hij heeft als onbetwist leider van centrumrechts Italië al vijftien jaar onrust gecreëerd bij vrijwel alle andere politieke groeperingen van het land. Onrust die er deze week voor zorgde dat Veltroni opstapte, die vorig jaar de stekker uit de twee jaar oude en al die tijd zwalkende regering van Romano Prodi trok, die de communisten en groenen liet verdwijnen uit het parlement en die ervoor zorgt dat de Partito Democratico nu een jaar na de oprichting nog steeds niet weet wat voor (oppositie)partij het eigenlijk is. ‘Het wordt eentonig’, verzucht professor politicologie Alberto Martinelli van de universiteit van Milaan. ‘Want het is altijd de enorme economische en mediamacht van Berlusconi waardoor hij probleemloos zijn partij, de coalitie en het land kan leiden. Zijn tegenstanders onderschatten dat keer op keer.’
Premier Berlusconi kan als premier én eigenaar van het grootste private mediabedrijf van Italië met televisie, kranten, tijdschriften, boekenuitgevers, filmdistributeurs, websites, productiemaatschappijen en meer volop invloed uitoefenen op zijn partijgenoten, de oppositie en de overige machthebbers van het land. Zo was de veroordeling tot 4,5 jaar cel van de Britse advocaat David Mills deze week slechts een kort bericht in de meeste televisiejournaals. Mills deed valse verklaringen na betaling door Berlusconi’s bedrijf in een smeergeldzaak rondom filmrechten. Berlusconi zou ook strafbaar zijn geweest als hij niet werd beschermd door de vorig jaar door zijn minister van justitie ingevoerde wet voor onschendbaarheid van de premier.
De meest radicale groeperingen zijn uit fusiepartij Partito Democratico verdwenen maar nog steeds bestaat de organisatie uit een complex gezelschap van meningen en ego’s. Massimo d’Alema, die eind jaren negentig als minister zijn premier Romano Prodi een pootje lichtte en vervolgens zelf premier werd, wordt opnieuw gezien als een van de topfiguren die de partijleider heeft laten vallen. D’Alema: ‘we hebben een partijleiding nodig die met elkaar samenwerkt. Die de fouten tegen het licht houdt en beslissingen durft te nemen. We weten nu niet wat voor partij we zijn en tonen ook geen sterkte positie over thema’s zoals het Midden Oosten.’ Ook over Eluana, het meisje dat al zeventien jaar in een onomkeerbare coma lag en verleden week op verzoek van de vader overleed was binnen de partij met katholieken, socialisten, liberalen, conservatieven, en ongelovigen bij elkaar, grote onenigheid.
Die verdeeldheid werd ook deze correspondent duidelijk toen hij gisteren bij de partijtop informeerde waarom er in de jaren dat de partij wel de regering vormde geen wet is gemaakt om de belangenverstrengeling van Berlusconi als ondernemer en politicus aan te pakken. ‘Daar waren we het niet over eens,’ was het antwoord. ‘We hebben er nooit een meerderheid voor kunnen vinden.’
Neem contact op met de auteur | © Copyright 2004, StudioItalia
Top